Luchtkwaliteit Rotterdam

In Rotterdam is de luchtkwaliteit op een aantal plekken onvoldoende. Als het gaat om luchtkwaliteit is roet de grootste boosdoener voor de gezondheid. Roet komt vooral vrij bij de verbranding van diesel en benzine in motoren van auto’s, vrachtwagens en scooters. In de stad draagt verkeer voor bijna 50% bij aan roet in de lucht. Het verminderen van roetuitstoot in het verkeer levert dus een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van Rotterdammers. Daarom wil de gemeente de hoeveelheid roet in de lucht door verkeer met 40% verlagen. Positief bijeffect is dat hierdoor óók de hoeveelheid NO2 in de lucht daalt. En ook dat zorgt voor gezondere lucht en gezondere Rotterdammers.


Normen

Rotterdam moet voldoen aan Europese en landelijke wetgeving voor luchtkwaliteit. Voor roet zijn er (nog) geen normen bepaald. Rotterdam heeft als doel het met 40% verminderen van de hoeveelheid roet in de lucht door verkeer. In Europese regelgeving zijn wel normen opgenomen voor de hoeveelheid stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in de lucht. De normen zijn:

  • Voor stikstofdioxide geldt de norm van een jaargemiddelde concentratie van maximaal 40 microgram/m3.
  • De norm voor PM10 is maximaal 35 keer per jaar mag de gemiddelde etmaalconcentratie maximaal 50 microgram/m3 zijn.

In Rotterdam wordt niet overal aan de NO2-norm voldaan:

  • Er zijn 15 straten met een knelpunt voor NO2
  • Er zijn 47 straten met een bijna knelpunt voor NO2. Daar gaan de waarden regelmatig over de norm heen.
  • Volgens de GGD wonen er in Rotterdam bijna 68.000 Rotterdammers langs een weg met veel autoverkeer (dat zijn meer mensen dan er bijvoorbeeld in heel Gouda (71.000) wonen).
  • 11.600 Rotterdammers wonen direct aan straten waar de luchtkwaliteit niet of maar net aan de Europese norm voldoet (ter vergelijking: in Blaricum wonen 9.500, op Texel 4.500 mensen).

Dit zijn onder andere de Gordelweg, Maasboulevard, Pleinweg, 's-Gravendijkwal, Schiekade en Schieweg, Stadhoudersweg, Statenweg en het Weena.


Meten en berekenen

De DCMR meet onder andere voor Rotterdam de luchtkwaliteit. Dit luchtmeetnet is een aanvulling op het landelijk meetnet van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Het meten van luchtkwaliteit is nodig om vast te stellen of aan de wettelijke normen wordt voldaan. Verder worden de gevolgen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en van maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit bepaald om na te gaan of we aan de normen blijven voldoen. De concentraties kunnen worden berekend of gemeten. Toekomstige situaties kunnen uiteraard alleen worden berekend. De ervaring leert dat de berekeningen van Rotterdam zeer goed aansluiten op daadwerkelijke metingen.

diagrammen.png
luchtkwaliteitthumb.jpg